Werkstuk

Werkstuk groep 8

 
Werkstukken worden met ingang van het schooljaar 2009-2010 weer op school gemaakt en gaan over een provincie of land (afhankelijk van topo die wordt behandeld in de groep).
Besloten werd;

Groep 5 maakt een poster of een werkstukje a.d.h.v. een miniboekje. 2 x per jaar

Groep 6 maakt een werkstukje van een provincie naar keuze. 3 x per jaar

Groep 7 maakt een werkstukje van een europees land. 3 x per jaar

Groep 8 maakt een werkstukje van een buiten-europees land. 2 x per jaar

De werkstukjes moeten ingeleverd worden voor de rapportgesprekken.

 

De grootte zal duidelijk verschil maken met afgelopen jaren.

 
 
Hieronder lees je de informatie die je moet gebruiken bij de indeling van het  werkstuk. Lees het goed door en vraag aan de juf of meester als je iets niet snapt. Je maakt je werkstuk volgens de onderstaande indeling.
 
Voorkant:
-  titel
-  plaatje
-  de datum, je voor en achternaam en je groep
 
Voorwoord:
-   In je voorwoord schrijf je duidelijk en uitgebreid op waarom je voor dit land gekozen hebt, wat je denkt te gaan leren over dit land en wanneer je bent begonnen aan dit werkstuk.
 
Inhoudsopgave:
-   Hier schrijf je alle hoofdstukken zoals ze hieronder staan met daarachter de bladzijdenummers.
 
Hoofdstuk 1  Het continent/werelddeel:
-   Hier schrijf je in welk werelddeel het gekozen land ligt en waar dat werelddeel op de wereldkaart ligt. Misschien is er nog meer algemene informatie over het werelddeel te vinden, schrijf dat er dan bij. (plaatje)
 
Hoofdstuk 2 Ligging van het land:
-   Wat zijn de omringende landen en zeeën of oceanen. (plaatje)
 
Hoofdstuk 3 Geschiedenis:
-   Schrijf maximaal 1 bladzijde over de geschiedenis van het land, denk aan oorlogen, verschillende volkeren, ontwikkeling van toerisme etc.
 
Hoofdstuk 4 Hoofdstad:
-   Hoe heet de hoofdstad, waarom is dat de hoofdstad, hoeveel inwoners, hoe staat het met de werkgelegenheid, welke woningen staan er of staan er veel wolkenkrabbers of zijn er krottenwijken? Loopt er een rivier door? Staat er veel industrie? Welke wijken zijn er en hebben die speciale namen?
 
Hoofdstuk 5 Geld:
-   Welke geldsoort gebruiken ze in dat land? Hoe ziet het eruit? (plaatje). Hoeveel is het waard in vergelijking met de euro? Is het geld veel veranderd in de loop der jaren, is het er anders uit gaan zien?
 
Hoofdstuk 6 Middelen van bestaan:
-  Waaraan verdient het land geld? Denk aan de import en export. Denk dus aan bv landbouw, visserij, bosbouw, toerisme, mijnbouw, industrie etc.
 
Hoofdstuk 7 Onderwijs:
-   Hier vertel je de opbouw van het onderwijs. Is dat hetzelfde als in Nederland? Denk aan kleuterschool, basisonderwijs etc. Hebben ze misschien schooluniformen? Hoe zien die er dan uit? Heeft elke school een eigen uniform? Hoeveel jaar moet je naar de basisschool?  
 
Hoofdstuk 8 Natuur:
-   Is er veel natuur in het land en waar bestaat dat dan uit? Denk bv ook aan speciale dieren of bedreigde diersoorten. Zijn er woestijnen, of zijn er veel akkers of zijn er veel bossen of zijn er veel bergen?
 
Hoofdstuk 9 Klimaat:
-   Denk aan landklimaat, zeeklimaat… valt er veel regen of juist niet. Vertel wat voor klimaat er is in het land. Zijn er bv veel overstromingen of orkanen in het land?   
 
Hoofdstuk 10 Diversen:
-   Hier kun je aparte dingen over land in kwijt. Bv wat is het tijdsverschil met Nederland, hoe ziet de vlag eruit, hebben ze een wapenschild?
 
Hoofdstuk 11 Actualiteit:
-   Hier kun je informatie die je tegenkomt in kranten of iets dergelijks over het land verzamelen.
 
Nawoord:
Hier schrijf je wat je geleerd hebt van dit werkstuk, hoe lang je er mee bezig was, wat je er leuk aan vond en ook wat niet, van wie je hulp hebt gehad, wat je moeilijk vond, waar je moeilijk informatie over kon vinden….
 
Literatuurlijst:
Hier schrijf je alle boeken, internetsites, folders, interviews etc die je gebruikt hebt om dit werkstuk te maken.
 
Waaraan moet je werkstuk voldoen:
1. lettertype arial, lettergrootte 12.
2. je gebruikt geen plastic insteekhoesjes.

3. je werkstuk mag ook gemaild worden naar je meester of juf.

4. gebruik hele regels en niet halverwege naar een nieuwe regel gaan.

5. zelf geschreven tekst wordt hoger beoordeeld dan gekopieerde tekst van 
    internet.
6. je MOET je werkstuk OP de datum van inleveren ook daadwerkelijk
    inleveren. Niet een dag later!
7. lever je een verslag, compleet gekopieerd, van internet in, heb je direct een
    onvoldoende en geen kans op verbetering of aanpassing.

8. begin op tijd!!!!

Veel succes!
Inloggen



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Deze school maakt deel uit van:
De Federatie Utrechtse Heuvelrug
logo